Na zeventien jaar is een einde gekomen aan Super Nova Racing in de GP2 Series. Het team van David Sears heeft na acht magere jaren die in de International Formula 3000 al ingezet werden, de handdoek in de ring gegooid. Een aderlating voor de GP2, of is het toch beter dat Super Nova de eer aan zichzelf gehouden heeft?

Japan

Super Nova Racing wordt in 1991 opgericht door de Brit David Sears en Japanner Nozomu Sahashi. Gesponsord door Nova, Sahashi’s school die in Japan in Engelse taalles voorziet, maakt het team in de All-Japan Formule 3 haar competitieve debuut.

Grote successen

Na bescheiden successen in Japan, keert Sears in 1994 terug naar Europa om daar met zijn team in het International Formula 3000 Championship te strijden. Lang laat het eerste succes niet op zich wachten: Formule 3000-veteraan Vincenzo Sospiri kent in 1994 zijn beste seizoen tot dan toe en wint een jaar later met overmacht de titel. Teamgenoot Ricardo Rosset weet met twee overwinningen de tweede plaats in het kampioenschap voor zichzelf op te eisen.

De tweede helft van de jaren 90 zal volledig in het teken staan van Super Nova. Na 1995 zullen er nog vijf titels gewonnen worden; drie voor het team en één voor zowel Ricardo Zonta (1997) als Juan Pablo Montoya (1998).

In de jaren daarna blijft het record brekende succes zich voortzetten. Ondanks het motorongeluk van titelfavoriet Jason Watt eind 1999, waarbij de Deen vanaf de borst verlamd raakt en een internationale autosportcarrière vaarwel moet zeggen, behaalt Super Nova in 2000 met Nicolas Minassian en David Saelens genoeg punten voor de titel bij de teams. Sébastien Bourdais is in 2002 de laatste rijder wie voor het Britse team een titel in de wacht sleept.

Tweede team

Tijdens deze periode is het team van David Sears zo succesvol, dat hij er meer dan één team in de opstapklasse naar de Formule 1 erop na kan houden. Naast Super Nova Racing is er ook Den Blå Avis, dat plaats biedt aan Jason Watt en haar naam ontleent aan de persoonlijke sponsor van de coureur. Wanneer Watt in 1999 naar het ‘grote’ team promoveert, neemt de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras de sponsoring over en worden er tot 2002 Braziliaanse talenten zoals Max Wilson, Bruno Junqueira, Ricardo Sperafico en Antônio Pizzonia gestald.

2003 is het laatste jaar dat er vier wagens van Super Nova aan de start staan. Nog één keer zal het team Den Blå Avis heten – met dank aan de komst van de Deen Nicolas Kiesa – waarna Super Nova verder zal gaan met nog maar twee boliden.

Verval

Het verval is dan echter al ingezet: na Bourdais zal geen enkele coureur ooit meer een titel voor het donkerblauw-gele team binnenhalen. Kleine succesjes worden in de opvolger van de Formule 3000, de GP2 Series, door Adam Carroll en kind-aan-huis Luca Filippi nog wel gehaald in de vorm van overwinningen en hier en daar een verdwaalde pole position, maar de vorm van weleer is volledig verdwenen.

Schrijnend voorbeeld van het verval dat Super Nova heeft doorgemaakt, is de campagne van Filippi vorig jaar. De talentvolle, maar ‘arme’ coureur, keerde ook in 2011 terug naar het team waar hij de meeste jaren in de GP2 Series heeft doorgebracht, maar reed in tien races niet meer dan negen punten bij elkaar. Nadat de Italiaan naar het armlastige Scuderia Coloni vertrok, reeg Filippi de overwinningen aan elkaar. Adam Carroll, hoog aangeschreven door teameigenaren in verschillende hoge raceklassen, mocht het seizoen in de door Filippi verlaten Super Nova-bolide afmaken en kwam niet verder dan een schamel aantal van zes punten.

Juniorteam

Super Nova’s succes in de Formule 3000 is ook de Formule 1- en IndyCar-teams niet ontgaan. Het team fungeerde als juniorteam voor Formule 1-renstallen als Williams, Jordan, Benetton, Renault en British American Racing en onderhield een goede relatie met het IndyCar-team van Chip Ganassi.

Veel van Sears’ protegés hebben hun succes bij zijn team voortgezet met een carrière in de Formule 1 en IndyCars. De overstap naar de Verenigde Staten werd gemaakt door onder anderen Kenny Bräck (kampioen in IndyCar Series, Indianapolis 500-winnaar en racewinnaar in CART), Juan Pablo Montoya (won in 1999 de CART-titel en maakte twee jaar later de overstap naar de Formule 1 waar hij races won), Sébastien Bourdais (veelvoudig Champ Car-kampioen en na een kort avontuur

in Formule 1 terug in de IndyCar Series) en Mike Conway (enkelvoudig IndyCar-racewinnaar met Andretti Autosport).

Formule 1 werd naast Bourdais en Montoya ook bereikt door coureurs zoals Ricardo Zonta (racete voor British American Racing en viel daarna in bij Jordan en Toyota), Mark Webber (twee keer derde in F1-kampioenschap) en Tiago Monteiro (racete gedurende twee jaar voor Jordan/Midland F1).

Einde

Aan Super Nova Racing in de GP2 Series is nu een einde gekomen. In de Auto GP zal het team nog wel actief blijven en gezien de steeds verdere uitbreiding van het inmiddels officieuze wereldkampioenschap, is het niet eens een gek idee om volledig op dat project te focussen. Maar GP2 zonder Super Nova zal, ondanks de matige resultaten van het team de laatste jaren, toch even wennen zijn.